
Eind januari werd de Sociale Agenda, voor een beter leven voor Groningers en Noord-Drenten, gepresenteerd in Kindcentrum De Zuiderkroon. Onze school De Sterren ontving de gasten en dat was voor leerlingen een mooie gelegenheid om te laten zien wat ze in huis hebben. Michiel Smit, deels vakleerkracht bewegingsonderwijs op De Sterren en deels op VSO De Atlas Emmen, was erbij. In ‘zijn’ gymzaal gaven leerlingen een demonstratie freerunning voor de gasten. In de keuken van de school werden hapjes en drankjes voorbereid. Michiel over die middag in januari: ‘Dit was weer zo’n mooi moment waarop de verborgen talenten van onze leerlingen zichtbaar werden en leerlingen echt konden stralen.’ Michiel coördineert voor De Sterren de naschoolse activiteiten, mogelijk gemaakt door subsidiegelden uit bijvoorbeeld Tijd voor Toekomst of Ny Begun, en vertelt daar net zo bevlogen over als over zijn werk als leerkracht.
Structuur en voorspelbaarheid als basis voor succes
Michiel begon ruim tien jaar geleden na zijn ALO-stage bij wat toen De Zwaaikom heette en nu De Sterren is. Hij werkte daarnaast ook als buurtsportcoach maar toen hij meer uren kon krijgen binnen RENN4 was de keuze snel gemaakt. ‘Ik had ook ervaring opgedaan in het regulier onderwijs maar mijn hart ligt echt bij onze doelgroep. In het speciaal onderwijs ligt de nadruk veel meer op het opbouwen van een sterke relatie met de leerlingen.’ Michiel noemt dat, naast de samenwerking met een hecht team rond de leerling, de basis voor succes. ‘Relatie, structuur en voorspelbaarheid zijn essentieel in ons onderwijs. Leerlingen weten goed wat er van hen verwacht wordt en in alle klassen wordt dezelfde werkwijze toegepast. Dat zorgt voor duidelijkheid en dat kinderen kunnen groeien in hun ontwikkeling.’
Dezelfde taal
Het geven van bewegingsonderwijs binnen het speciaal onderwijs brengt specifieke uitdagingen met zich mee. Michiel legt uit: ‘Het belangrijkste is dat iedere leerling op zijn eigen niveau wordt bediend, zich veilig voelt om mee te doen en zichzelf kan en wil uitdagen om te groeien. Daarom werk ik met duidelijke kaders, vooral op sociaal-emotioneel vlak om zo een veilige sfeer te creëren.’ De Sterren gebruikt de Kwink-methode voor sociaal-emotioneel leren. Het is een doordacht programma gericht op preventie en de kracht van een veilige groep. ‘Doordat we allemaal met deze methode werken, spreek ik in de gymzaal dezelfde taal als mijn collega’s in het klaslokaal.’
Verplicht bokjespringen
De lessen van Michiel zijn voor alle leerlingen herkenbaar door de vaste structuur. ‘We starten altijd de gymles met een gezamenlijke warming-up, daarna gaan ze aan de slag met de verschillende beweegvormen die ik al heb klaargezet.’ Leerlingen mogen eerst alles proberen en er is veel keuzevrijheid in wat ze gaan oefenen. Michiel: ‘Elke volwassene kan zich de gymles van vroeger herinneren waarin je verplicht moest bokjespringen terwijl de rest van de klas toekeek. Niemand vond het leuk, maar het moest. Dat werkt niet voor onze leerlingen. In mijn lessen staat plezier centraal. Als een leerling iets niet wil of durft, dwing ik niets af maar vraag hoe ik kan helpen of hoe ik het makkelijker kan maken. Als leerlingen iets doen wat ze leuk vinden, durven ze meer en halen ze meer uit zichzelf.’
Gouden afspraken
In zijn lessen werkt de Michiel met vijf gouden afspraken. Deze worden gedurende de gymles gescoord met smileys in de kleuren rood, oranje of groen om visueel te maken hoe er wordt gewerkt. ‘Als alle afspraken op groen staan verdient de klas punten voor het ClassDojo systeem, ook weer een voorbeeld van een school breed gedragen tool. Met dit systeem kunnen zowel groeps- als individuele beloningen worden verdiend, zoals een filmmiddag of extra buitenspelen. Zo is de hele klas betrokken bij de afspraken en beloningen.’ Hij ziet dat het motiverend werkt voor leerlingen. ‘De leerling die wel al iets kan of durft helpt de andere kinderen die het nog spannend vinden en ze helpen elkaar het gewenste gedrag te laten zien.’ Michiel ziet bij de leerlingen de positieve effecten van bewegen. ’Ze krijgen meer zelfvertrouwen, bewegen zich gemakkelijker door de gymzaal en maken makkelijker contact. Beweging is een verbindende factor en versterkt de relaties binnen de klas. Leerlingen worden positiever en blijer, dat komt de leerprestaties ten goede.’
Sport, cultuur en koken als pijlers
Michiel coördineert, naast zijn werk als leerkracht, ook de naschoolse activiteiten die met behulp van subsidies op De Sterren voor leerlingen worden georganiseerd. Voor de verschillende activiteiten legt hij contact met externe bedrijven en verenigingen. Zo kan De Sterren een wisselend programma aanbieden, in een carrousel van ongeveer zes weken. Sport, Cultuur en Koken zijn de pijlers waarop het naschoolse aanbod is georganiseerd. Michiel: ‘We hebben bijvoorbeeld een traject van zes weken met schooljudo gehad voor groep 1-8, waarbij waarden als discipline, omgaan met winst en verlies, samenwerken en groepsdynamiek centraal stonden. Maar leerlingen kunnen ook kiezen voor kookles. Dan koken ze in de schoolkeuken met een echte kok. En dan hoor je later van leerlingen terug dat ze thuis ook geholpen hebben met koken of dat ze het gerecht dat ze bij de kookles hebben geleerd, thuis hebben nagemaakt.’
Verbeterpunt
Door het naschoolse programma maken leerlingen kennis met sporten en hobby’s waar ze anders misschien wel nooit mee in aanraking waren gekomen. Michiel: ‘Leerlingen worden enthousiast en willen in hun vrije tijd ook dingen gaan ondernemen.’ En daar valt volgens Michiel nog wel winst te behalen. ‘Voor onze leerlingen is de stap naar bijvoorbeeld een reguliere sportvereniging nog best groot. Daar is niet altijd de specifieke kennis beschikbaar die nodig is om met ons type leerling om te gaan. De inzet van buurtcoaches is hierin een goede ontwikkeling. Maar ik zie het wel als verbeterpunt in de samenwerking tussen scholen en gemeenten om deze doorstroom te bevorderen.’
Ouderbetrokkenheid
Subsidiegelden worden binnen De Sterren niet alleen voor naschoolse activiteiten gebruikt maar ook op andere manieren ingezet. Leerlingen uit groep 6, 7 en 8 die nog geen zwemdiploma hebben, krijgen extra zwemles en er is op school drie ochtenden in de week een extern pedagogisch medewerker die preventief met leerlingen werkt. ‘Een zwemdiploma is niet alleen voor je veiligheid, vergeet ook het sociale aspect van zwemmen met je vriendjes op een zomerse dag niet. En de pedagogisch medewerker vangt bijvoorbeeld ’s ochtends leerlingen op die een emotionele check in nodig hebben voordat ze rustig de klas in kunnen.’ Regelmatig worden de activiteiten op school op een leuke manier afgesloten waarbij ook de ouders welkom zijn. Michiel: ‘Het is goed voor de ouderbetrokkenheid, we zien ouders vaker in de school. Er zijn kortere lijntjes, we kunnen sneller signaleren als er iets speelt of iets bespreekbaar maken. Een win-winsituatie voor iedereen!’
Tekst: Vera Duiker
Foto: eigen collectie Michiel Smit